![]() |
|
F a m a C r e s c i t E u n d o Aneas IV, Vergilius toelichting op voorlopig ontwerp herinrichting Markt te Middelburg Een markt is plaats van uitwisseling, fungeert als hart van de stad en als zodanig ook als geheugen van de stad. Want uitwisseling is een ritueel. En herinnering is het belangrijkste ritueel omdat het op zodanige wijze orde op zaken stelt. Iets in herinnering brengen is een bepaalde ordening aanbrengen in gebeurtenissen, die zich hebben voorgedaan. En ordenen, struktuur geven, is nu juist een bijzonder architektonische handeling. De herinnering brengt ook een zekere ruimte voor verlangen met zich mee. De Markt is daarom ook de plaats van het verlangen. Elke plek heeft, net als ieder mens, een geheugen. Metaforisch gesproken liggen de herinneringen van de plek opgeslagen in de bodem. De Franse filosoof Derrida verwijst hier expliciet naar. Vastgenageld aan de bodem is in de eerste plaats het bouwwerk. Als zodanig zou die dus ook gezien kunnen worden als vervanger van de bodem; de opslagplaats van herinneringen. Dat is de reden waarom een archief, immers opererend op de rand van slapend en aktief geheugen, zo goed op de grens tussen ondergrondse, dode wereld en de bovengrondse, levende wereld, geplaatst kan worden. Carl Jung situeert herinneringen vaak in een architektonische omgeving. Omdat de herinnering begrensd is en afhankelijk (van architektuur of andere faktoren), maakt zij deel uit van de kultuur. Dromen en fantasieën daarentegen horen bij de natuur. In het debat natuur versus kultuur zijn ze elkaars tegenpolen. Uit Jungs stellingname kan gekonkludeerd worden dat herinneringen een drager nodig hebben; aanleidingen als het ware, die het geheugen aktiveren. In architektuur bewaart de tijd zijn gebeurtenissen, zouden we kunnen stellen, parafraserend op het klassieke libri tempus bona conservat. Iets soortgelijks beweerde ook Victor Hugo in 1831, toen hij schreef "[..] dat ter wereld geen enigszins samengestelde gedachte is verschenen, die zich niet in een bouwwerk heeft omgezet." Niet voor niets schrijft hij zijn roman (waarin hij uiteraard zijn visie wil geven op de situatie in Parijs op dat moment) aan de hand van een gebouw: de Notre Dame. De personages in het verhaal zijn eigenlijk maar figuranten in de voortdurende cyclus van gebeurtenissen rondom dat gebouw; hier komt alles samen, uiteindelijk ook in het dramatisch hoogtepunt van de roman. Sommige plekken in de stad zijn begin- en eindpunt van een perpetuüm mobile aan gebeurtenissen; dragers van een 'loop'. Hoe belangrijk zo'n continuüm is, blijkt wanneer zo'n plek op een gegeven moment ondoorgrondelijk wordt, zoals op de Markt in Middelburg gebeurd is. Dan dreigt een kollektieve amnesie, waarvan ontvoering en ballingschap wel eens het gevolg zouden kunnen zijn. Wat helpt dan nog? Kunst? De ontvoerde stad kan een poging wagen om, stap voor stap, de amnesie op te heffen, door verhalen te vertellen. Verhalen van mensen die verbeeld worden door architektuur, in dit geval op en rond de Markt. Niet noodzakelijkerwijs gebouwen. Er moeten aanleidingen komen om herinneringen op te wekken. Om de Markt levend te houden, want uit de herinnering spruit de verwachting voort. Op dezelfde grond aksepteren we een eettafel over het algemeen als een lege tafel, omdat we weten dat hij op gezette tijden gevuld zal zijn met zaken die behoren bij de maaltijd. In die verwachting doet een eettafel ook dienst terwijl hij leeg en ongebruikt is. Meestal doen verhalen de verwachting groeien. Als thema voor die verhalen , die de Markt tot leven kunnen wekken, zou de vreemdeling of de vluchteling gekozen kunnen worden. Op heel veel manieren kan een relatie gelegd worden tussen de Markt, de ontwikkeling van Middelburg en de vluchteling. Het komen en gaan van mensen die vluchten, voor het water, voor vervolging elders, voor oorlog, voor hun uitgesproken mening, voor gemaakte fouten of voor te verwachten ekonomisch verlies. Een ander thema zou de 'kleine' herinnering van de Markt kunnen zijn; van personen die op de markt hun waar kwamen en komen verkopen, van winkeliers aan het plein, van vraag en aanbod, kopers en verkopers, van ontmoetingen in de tram, van persoonlijke belevenissen, van huwelijken op het stadhuis, van toeristen bij de VVV, van feesten bij hoog bezoek. Zulke herinneringen zijn mooi te verbeelden door bijvoorbeeld ansichtkaarten, vooral die waarop een 'boodschap' van de afzender aan de ontvanger te lezen is. De militaire funktie van een plein als de markt kan een derde thema zijn of het verhaal van het Geloof een vierde. Historikus Hendrikx maakt duidelijk dat vanaf de twaalfde eeuw de Westmonsterkerk op de Markt, voorheen behorend tot de Utrechtse St.Paulusabdij, een belangrijke rol speelt in het kerkelijk leven op het eiland Walcheren. In de moederparochie Westmonster wordt wekelijkse kerkgang gepropageerd, als stimulans voor de bevolking, zoals voorgeschreven door de hervormingsregels van paus Gregorius VII, hoewel dit niet bij alle parochianen in goede aarde valt. In een bisschoppelijke oorkonde uit 1189 blijkt, aldus Hendrikx, dat bewoners van verafgelegen dorpen de gang vaar de Westmonster niet kunnen maken vanwege dodelijke vetes, vijandelijkheden en bedreigingen onderweg. Wanneer dorpen een eigen kerk mochten bouwen, betekende dit veelal ook een eigen rechtspraak, door de parochiepriester in het zogenaamde Ambacht. Toch blijft de Markt de belangrijkste plek waar letterlijk orde op zaken wordt gesteld, wanneer mensen er opgebracht worden; wanneer publiekelijk misstanden aan de kaak gesteld worden. De markt is de plek waar de uitoefening van gezag en macht de boventoon voeren. In Middelburg is dit nog duidelijk zichtbaar op oude prenten. Voor het stadhuis, waarin de vierschaar gevestigd was, stond een schandpaal, samen met, naast de ingang van de Vleeshal, een kooi met daarin twee arenden die waren geschonken door keizer Maximilliaan van Oostenrijk. Aan de muur hingen de kettingen waarin kriminelen werden vastgeketend aan het stadhuis. Een andere prent geeft de arrestatie weer van burgemeester Lesage in 1672. Op een volgende prent is de arrestatie van Jan van Domburg te zien. Vele veroordelingen en terchtstellingen vonden op deze markt plaats. Het beloofde nooit veel goeds wanneer Filips de Schone of Karel V de stad bezochten om er vierschaar te houden. Het spreekwoord zegt dat een bepaalde ruimte zijn geheimen prijs zou geven "als de muren konden spreken". Maar de muren van de Markt spreken niet meer. Oud zijn ze niet; van na de oorlog zijn ze. Jong, onschuldig en naïef. Ze hebben nog niets meegemaakt. Wanneer de Markt beschouwd wordt als een groot objekt dat zijn plaats gekregen heeft temidden van de dichte middeleeuwse stadsstruktuur, een holte in de massa gestempeld, dan zijn de wanden van het plein de opstanden van dat objekt en is de marktvloer de bodem. Die bodem wil wellicht nog wat geheimen prijsgeven, als de oppervlaktespanning (vergelijkbaar met de spanning in een waterdruppel ) ervan doorbroken wordt. Zo kan de cohesie, de interne krachten dus die groter zijn dan de krachten die van buitenaf komen ( de wederopbouwarchitektuur), versterkt worden. De energie die daarbij vrijkomt, water en puin in dit geval, geven de Markt nieuw leven. Ieder kind weet dat je met daarmee kunt schrijven, verhalen vertellen. Ons doel met dit projekt zou moeten zijn de Markt zijn verhaal te laten doen. Geen mens kan leven zonder herinnering; geen plek heeft leven wanneer het continuüm van zijn vertellingen wordt doorbroken. Altijd moeten er een aanleiding zijn om aan dit verlangen van de plek gestalte te geven. Hoe minimaal ook. Een afbeelding zelfs, kan al genoeg zijn, om een verhaal te beginnen. Een straaltje water genoeg om een stroom aan verlangens te weeg te brengen. Daarom moeten er voorstellen gedaan worden voor de herinrichting van de markt. Met als doel, de markt zijn geheugen terug te geven en zijn gebruikers het continuüm dat nodig is voor een positieve kijk op de ruimte en geloof in zijn mogelijkheden. Dat dit moet worden bereikt met een kunst- of architektuurprojekt zegt veel over de impact van zulke projekten maar helaas weinig goeds over politiek. Die is kennelijk niet bij machte het vertrouwen van het publiek te winnen voor ingrijpende veranderingsprocessen voor struktuur en gebruik van de stad. Terwijl nou juist de markt bij uitstek een platform voor politiek is. Als teken van geheugen moet de bodem, de vloer van de markt meer aandacht krijgen. Door het gebruik van de marktruimte als parkeerplaats is die vloer lange tijd weinig zichtbaar geweest. Nu komt ze als een nare naakte vlakte over en veroorzaakt horror vacui of ruimte-vrees, bij degenen die over willen steken. Wanneer duidelijk zou zijn dat men niet alleen deze fysieke ruimte oversteekt, maar daarmee ook de mentale ruimte van de markt en van de stad, krijgt de oversteek een ritueel en betekenisvol karakter. Om de stap van vrees naar aantrekking te bewerkstelligen zijn een paar aandachtspunten nodig, aanleidingen voor die verandering van stemming en vooral ook van tempo. Is architektuur en de beleving van ruimte (ook de mentale) niet per definitie de kunst van de traagheid? De fundamenten van de oude Westmonster- of Sint Martinuskerk kunnen daarbij een welkom hulp zijn. Deze kerk, een jaar na Middelburgs overgang naar het protestantisme afgebroken, speelde een belangrijke rol in de uitwisseling tussen de bevolking van de stad en het omliggende platteland, de periferie van de stad. Op die plek kwamen ze samen. Voorstel tot de Nieuwe Markt Vloerbedekking De vloer is dus het belangrijkste element van de markt. Daarin ligt als het ware de geschiedenis, het geheugen van deze plek als het hart van Middelburg vast. Die vloer moet getransformeerd worden tot een speeltafel. Een plaats waar iedereen naar toe getrokken wordt; aan de buitenrand van de stad voel je de markt al trekken, die zuigt je naar zich toe. Het verleden van de stad en de toekomst verbinden zich op deze plek in een nieuwe vormgeving. Voor een goed begrip: het gaat dus niet om de vorm die gerealiseerd gaat worden, dat is niet het doel. Om de eenheid van de ruimte van de markt te benadrukken, wordt een nieuwe vloer gelegd: het speelveld. Deze bekleding wordt gevormd uit een natuursteen die reeds door de familie Keldermans (een steenhouwersfamilie uit Mechelen, die rond 1500 in veel zuid-nederlandse steden werkte aan stadhuizen, kerken en andere overheidsgebouwen.) gebruikt werd. Uit hun groslijst met materialen kozen wij de meest geschikte voor een vloer: de blauwe hardsteen. Deze keus is bovendien te verklaren uit een tweede historische referentie, te weten de voormalige Westmonsterkerk, die tot 1575 zijn plek op de markt had. In deze (en andere kerken) lag een dergelijke vloer, met daarin opgenomen de grafzerken van bemiddelde parochianen. Ook hierin lag een stukje personele en kollektieve geschiedenis vast: het geheugen van de kerk. Dit is op onnavolgbare wijze vastgelegd in tekeningen en schilderijen van Pieter Saenredam en de Middelburger Daniel de Blieck. Op ongeveer diezelfde wijze willen wij de vloer van de markt tot een aktief geheugen maken. In het hardstenen plaveisel worden grote platen opgenomen, die voorzien worden van tekst. Liefst poëzie. Geschreven door bekende Zeeuwse schrijvers en dichters, dominees en eventueel nog andere gebruikers van de markt van wie mooie teksten achtergebleven zijn. Ook zal het een traditie worden, geleend van de Vleeshal, om woordkunstenaars uit te nodigen een tekst op de Markt te realiseren. Zo kan de stad verleden en heden verenigen en de markt uitgroeien tot een dynamische ereplek voor het Woord. De stad wil ook iets, zei de architekt Theo Bosch eens in Middelburg en hier spreekt de markt en daarmee vormt ze een tegenwicht voor het stadhuis, dat misschien al te vaak spreekt. Een Walk of Fame voor de poëzie. "O, lieflijkheid van lucht en land, uit De achttien dooden van Jan Campert Als grafstenen van begraven herinneringen zouden misschien ook op glazen platen dia's zichtbaar gemaakt kunnen worden van enkele bewoners van het asielzoekers centrum. Hun portretten staan model voor al die mensen die door de eeuwen heen in Middelburg een toevlucht hebben gezocht en gevonden, omdat ze elders vervolgd werden of ongewenst waren. Als voorbeeld noem ik nu maar Franciscus Gomarus, die na ruzie met Arminius en zijn volgelingen niet langer op de universiteit in Leiden blijven kon, of Phillipus Landsbergen, die vanwege zijn onverholen affiniteit met de leer van Copernicus en Galileï uit Goes moest vluchten. Uit Vlaanderen vertrokken kooplieden, Hugenoten vaak of Joden, die wegtrekkend voor de Inquisitie, hun kultuur en bagage meenamen naar de stad waar ze op verhaal konden komen. Al was het niet altijd voor lang, toch droegen ze daarmee bij aan de 'melting pot' van meningen, talen en gebruiken die de werkelijke stad is. Voor de definitieve keuze van deze 'grafplaten' zou bij voorkeur samengewerkt moeten worden met een beeldend kunstenaar of in elk geval nauw overlegd moeten worden met Stichting Beeldende Kunst Middelburg. Verlichting Ook de benodigde verlichting van het plein proberen we in de vloer op te nemen. Een gridpatroon van 'uplighters' zorgt voor een feeërieke uitstraling van de vloer, die doorloopt achterlangs en om het stadhuis heen. Door die omarming komt het stadhuis als het ware op het plain te staan ipv aan het plein. Het lichtplan gaat uit van een ritme van dag en nacht. Overdag reflekteren de armaturen het zonlicht en bij het invallen van de schemering kompenseren lichtbundels het ontbreken van daglicht. Ze branden steeds feller: van een gedimde verlichting als de zon ondergaat tot fonteinen van licht in de nacht. Door een doordacht lijnenspel suggereren deze lampen verrassende richtingen. Het hele plan kan komputergestuurd worden met versnellingen en verschillen in intensiteit kunnen dynamisch geaktiveerd worden. Zodoende kunnen bezoekers op bepaalde momenten zelf de sfeer op het plein beïnvloeden. Maatvoering Nog een verborgen verhaal leent de Westmonster ons: maten. Elke politikus weet hoe belangrijk het is om te bepalen met welke maat gemeten wordt. De Westmonster werd uitgezet mbv. de Blooise voet en de Blooise roede, resp. 0,30 m en 3, 62 m. In de hardstenen vloer komt een verdeling in banen. Dit is nodig om de stenen platen te rangschikken en om het water op een juiste wijze af te voeren naar de randen van het plein. De banen worden begrensd door strookjes zwarte betonsteen; de maten ertussen zijn telkens afgeleid van de Blooise roede. Ook de onderlinge plaatverhouding in de brede hardsteen stroken, wordt vastgesteld mbv. de Blooise roede. In deze smalle banen ligt zoals gezegd de waterafvoer, maar ook de punten waarop de kramen van de weekmarkt kunnen worden vastgezet en tappunten voor elektra. De banen liggen allemaal paralel aan de voorgevel van het stadhuis, dit om aan te geven dat dit de belangrijkste richting van de markt is en om het zg. Tympaanplein een integraal onderdeel van de nieuwe markt te laten worden. Bovendien wordt zo opnieuw een relatie met de oude vorm en richting van de markt gelegd. Zeegolf Apart van de vloer zijn er een aantal losse elementen in ons plan opgenomen, te weten: de bestaande leilinden, twee nieuwe kiosken en de zeegolf. De wederopbouwwanden van de markt zijn niet bijster bijzonder. Toch zou een te grote ambitie zijn om deze gevels te vervangen door nieuwe. Zelfs als die nieuwe gevel uit bomen zou moeten bestaan. De bestaande leilinden begeleiden echter de ruimte van de markt uitstekend, vormen een ideaal intermediair tussen de grote maat van de 'hangende' ruimte van de markt en het kleinschaliger gebruiksgebied tussen en rondom de terrassen en winkelpuien. Gezien de tijd die nodig geweest is om de leidinden tot wasdom te laten komen, lijkt het ons zonde om ze nu weer weg te halen, ook al zou dat in de konseptuele aanpak die wij propageren, misschien een konsekwentere uitwerking zijn. Om de leidinden beter in ons plan in te passen, moeten ze als los element leesbaar worden. Ook nu weer zal dit zich moeten bewijzen op grondnivo: langs de stammen van de boompjes zal een lange, smalle sleuf in de natuursteen geslepen worden, waarin houtsnippers gestrooid worden. Twee nieuwe kiosken moeten gaan fungeren als blikvangers en als 'toegangspoorten' voor de markt. De markt als plek, als speciale plaats, als hart van de stad, wordt namelijk versterkt door die ruimte los te weken van de omringende straten. De overgang van straat naar plein, mag geleidelijk verlopen, maar moet uiteindelijk wel duidelijk worden. Een helder middel daartoe is de poort. Iedereen begrijpt onmiddelijk dat bij de poort de verandering, de omslag plaatsvindt. Dit idee uit de oude stad, is al eens eerder onderwerp van architektonische studie geweest (1 juli manifestatie 1987) en heeft toen voldoende aangetoond dat ook in moderne vormgeving een verhelderende werking van dit oude fenomeen kan uitgaan. Om het ontwerp rustig, sober en overzichtelijk te houden, hebben we besloten de funktie van kiosk en poort te kombineren. Wat de blikvangers betreft het volgende: als het stadhuis de voorgevel van de markt is, dan zouden de kiosk-poorten de entrees van de markt moeten worden. Wat dit betreft gaan zij dus de konkurrentie met het gotische stadhuis aan. Zelfs als men bedenkt dat die wedstrijd altijd verloren zal worden, is het nog goed die konkurrentie aan te gaan; als die strijd wordt uitgespeeld over de ruimte van de markt, zal deze daardoor zeer aan allure winnen. Eigenlijk nemen de kiosken daarbij de rol over die op vele beroemde pleinen in Europa gespeeld wordt door spektakulaire gevels die elkaar daar naar de kroon steken. De kiosken moeten dus aandacht trekken (ook al vanwege hun funktie als verkooppunt) en de blik van de marktbezoeker verstrooien; zijn aandacht verdelen. Echter voorkomen moet worden dat hierdoor de kiosken wild van vormgeving of overdadig worden. Extra nadruk krijgen de kiosken ook door de funktie ervan uit te breiden. Zo zou op de kiosk naast de Lange Delft een observatie-dek kunnen krijgen, waar bezoekers een wijde blik op de markt kunnen werpen (van bovenaf is de vloer nog mooier te zien), een paar fraaie foto's maken vanaf een speciale foto-spot en voor kinderen zou hier de bediening kunnen zijn van het licht-spektakel. In ons beeld komen er twee kiosken; een bij de Lange Delft entree en een bij de Lange Viele entree. Beide kiosken krijgen eenzelfde, eigentijds en dynamisch uiterlijk, gebaseerd op de vrolijkheid van vitale gebeurtenissen op de markt, zoals de viering van Koninginnedag en Bevrijdingsdag of bij de jaarlijks terugkerende kermis. Belangrijk onderdeel van het kioskontwerp vormt het poort-idee van de gebouwtjes: door hun situering vormen ze de natuurlijke drempel tussen straat en plein. Een lint van dakmateriaal zorgt voor begeleiding van die overgang. Het opvallende en gelijke karakter vergroot ook de relatie tussen beide hoofdwinkelstraten, zowel in optische als in praktische zin, voor iedereen direkt duidelijk: de doorloop zal zodoende enorm bevorderd worden. Aktiviteiten Het inrichtingskonsept levert geen belemmeringen op voor de plaatsing van de kramen van de weekmarkt, boekenmarkt of welke andere markt dan ook. In bevestigingspunten en toelevering van elektra is voorzien in de vloer. Het plein moet optimaal beschikbaar zijn voor allerlei aktiviteiten en is in onze visie daarom ook vrij van zoveel mogelijk obstakels. Voor de vorming van zomerterrassen is eveneens het gehele oppervlak van de markt beschikbaar. Van twee kanten kan men naar elkaar toegroeien, al naar gelang de behoefte. Een lege middenstrook zal waarschijnlijk leeg blijven en dienst kunnen blijven doen als verkeersstrook voor voetgangers en winkelend publiek. In de wintersituatie zullen de terrassen waarschijnlijk niet zo ver uitgroeien. De strook direkt langs de rand zal voldoende zijn. Daar kunnen dan ook glazen schermen in de gootstroken geschoven worden, als bescherming tegen de wind. Voor de eventuele verwarming van die terrassen zal een passende oplossing gevonden moeten worden. Door toevoeging van al deze losse elementen, gekoppeld aan de nieuwe vloer zal de Markt weer een levend plein kunnen worden dat beantwoord aan de verlangens en de idealen van de Middelburgse bevolking. De huidige Markt voldoet slechts aan het ideaal van de wederopbouwers. Zij hebben het centrum van Middelburg heringericht op basis van zichtlijnen, een verkeersstruktuur (een middel waarnaar ook het huidige bestuur pleegt te grijpen) en voorgeprogrammeerde perspektieven. Daarmee speelden ze in op theorieën en ideeën uit de jaren dertig, die op hun beurt weer voor een belangrijk deel terug te voeren zijn op de eerste historische inzichten ten tijde van de 19e eeuwse romantiek. Dit betekende dat er veel gewijzigd moest worden aan de bestaande plattegrond, die voldeed aan de inzichten van de Oostenrijkse architektuurhistorikus Camillo Sitte (de aaneengeslotenheid van pleinwanden en het leeghouden van het midden zijn twee van de meest sprekende aanbevelingen voor een goed funktionerend en esthetisch plein). Maar de adembenemende vergezichten die een verrassende, tot de verbeelding sprekende en (dus) meer middeleeuwse inrichting te weeg brengt, zijn ze uit het oog verloren. Daarmee verbraken zij de continue verbeeldingskracht van een ruimte als de markt. Pas nu de huidige bestuurders gekozen hebben voor een volstrekt uitgeklede ruimte, die alleen nog in leven kan worden gehouden door kunstmatige beademing, wordt het gewicht van die keuze, het dramatische afscheid van stedelijkheid, in alle hevigheid voelbaar. Daarom moet opnieuw beleefbaar worden gemaakt dat de markt de plek is van uitwisseling. Van periferie en centrum, van platteland en stedelijkheid, van historie en hedendaagse realiteit, van droom en werkelijkheid.
D E O U D E M A R K T
- situatie rond 1460 - situatie na 1575 - situatie rond 1930 - situatie 1942 - huidige situatie
D E N I E U W E M A R K T
- de stad en de periferie - associaties - Pieter Saenredam - burgers op de marktvloer - de zee - de zee in de markt
H E T O N T W E R P I N 4 S T A P P E N
- de banen in de vloer - het verlichtingspatroon - de poëzie platen - de 'losse' elementen
- voorbeelden poëzie - perspektieven - de prijs |