tekening aya sofia Johan de koning

 

 

aquarel Jan de Koning

 

zeeuwse biblotheek

 

jaipur

 

telc

 

 

 

 



 

SCHETSMATIG

Schetsen van Jan en Johan de Koning

Zeeuwse Bibliotheek – Plein
2 juli t/m 30 augustus 2007

Kijken en zien zijn twee dingen. Ze hebben met elkaar te maken, maar het blijven twee heel verschillende fenomenen. Kijken doe je met je ogen, zien met je handen.
De informatie die binnenkomt via je ogen, moet vertaald worden door de hersenen. Je handen helpen daarbij. Sterker, ze leiden het brein. Als je tekent werken beide nauw samen. Zo kan je begrijpend leren en leren begrijpen hoe de dingen in elkaar zitten.
Daarom is een tekening niet alleen een afbeelding van iets, maar tegelijkertijd een interpretatie ervan, een verbeelding. En om die reden kan je ook iets tekenen wat er (nog) niet is. Dat is ook verbeelding.

Hoewel er natuurlijk talloze methodes of technieken zijn om een tekening te maken, zijn er ten principale maar twee manieren om te tekenen. De ene is snel en schetsmatig. Het geeft in een beperkt aantal (krachtige) lijnen weer hoe een onderwerp op ons over komt en is opgebouwd en is daardoor enigszins impressionistisch van aard. Dit wordt dikwijls verward met romantiek en beeldende illustratie.
De andere manier is onderzoekend, gedetailleerd en nauwkeurig. Die methode is veel tijdrovender, maar wordt veelal beloond met werkelijk inzicht in het onderwerp.
Beide wijzen van tekenen bevredigen in hoge mate de natuurlijke nieuwsgierigheid van de tekenaar. Hetgeen evengoed wordt weergegeven door het moment van vastleggen. Dat gebeurt dikwijls tijdens reizen. En passant. Zeker wanneer we de eerstgenoemde manier hanteren, de schets. Reizen zijn de meest aangewezen momenten om snel een indruk vast te leggen van iets dat je aanspreekt, iets dat je raakt, iets waarvan je de contouren wil bewaren op papier. Het zijn notities in beelden. Vlug gemaakt. Veel tijd is er meestal niet.

In de beeldende kunst en architectuur is het al eeuwen gebruik om met behulp van de schets contouren vast te leggen, om later uit te werken volledige tekeningen, schilderijen of gebouwen te visualiseren. In die traditie is de schets alleen een hulpmiddel. Een start voor wat later nog komt. In de 19e eeuw begint bij kunstenaars het besef te groeien dat de schets ook als zodanig een werk van beeldende kwaliteit gezien kan worden.

Jan en Johan de Koning, vader en zoon, maken veel van die reisschetsen, hoewel zelden samen. Vanwege hun onderscheiden beroepen hebben ze beide zo hun eigen onderwerpen. Jan, de zeeman en werktuigkundige, dikwijls de kustlijn, aan de grens van land en water. Johan, de architect, meer gericht op de gebouwde omgeving. Zelden gaan ze op pad zonder schetsboek. Kleine, gebonden, zwart, of ook wel groter, losse vellen papier. Gewapend met pen, stift, potloden, inkt en een enkele keer met verfdoos.
Sommige schetsen lijken veel op elkaar. Soms zoveel dat het je moeite zou kosten om de ene hand van de andere te onderscheiden. Maar er zijn ook grote verschillen, zowel wat techniek als wat handschrift betreft.
Jan experimenteert met de techniek, de waterverf is in de loop van de tijd zijn favoriet geworden. Johan houdt zich bij pen en potlood. Jan is veruit de meest getalenteerde en geoefende tekenaar van de twee. Toch zie je bij beide het plezier van het tekenen af aan het resultaat. Het plezier van een ontdekkingstocht die hen over de hele wereld bracht en die je telkens opnieuw laat verlangen naar nieuwe verten.

Biografie
Jan de Koning (1937) werkte 40 jaar als werktuigkundige op velerlei soorten schepen, tankers, droge lading bulkcarriers en zware-lading halfafzinkbare schepen, zelfs enige tijd over de Noordzee met een ferry. Zo zwierf hij over de wereldzeeën, de laatste jaren steeds met een schetsboekje bij de hand. Eenmaal met pensioen thuis bleef het boekje onder handbereik in de (fiets)tas, grote reizen makend door Zuid-Afrika, Rusland, Aruba, China of rustig vakantie houdend in Frankrijk, vaak Bretagne, met als hoofddoel daar te tekenen en te schilderen. Soms werden er later thuis van de schetsjes aquarellen gemaakt maar vaak ook gingen de boekjes een eigen leven leiden.

Johan (1962) werkt als architect en als docent en reist om geïnspireerd te raken door zowel historische als hedendaagse architectuur elders in de non-Europese culturen. Zijn schetsen worden – niet altijd traceerbaar – verwerkt in zijn eigen architectuurproductie.